kosmos
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (astronomie) het gehele tijd-ruimte continuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
Etymologie
* Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘heelal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1846
Vertalingen
Engelscosmos
Franscosmos
DuitsKosmos
Spaanscosmos
Italiaanscosmo
Turkskozmos, kâinat, evren
Poolskosmos
Zweedskosmos
Deenskosmos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek