koten
/ˈkotə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (spel) (geschiedenis) behendigheidsspel dat met botje van geslachte dieren of voorwerpen die daarop lijken werd gespeeldSlaat vooral op het door jongens of mannen gespeelde spel; de variant die door meisjes werd gespeeld, werd bikkelen genoemd.
Etymologie
*: "kot" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek