koter

mannelijk (de)/ˈkotər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kind, een klein kind
    Vermoeiend is het wel met die kotertjes op stap.

Etymologie

* Bargoens, van "קטן‎" (koten) "klein kind", voor het eerst aangetroffen in 1860 De vorm koter met -r is enigszins aangepast aan kleuter.