kraai

mannelijk/vrouwelijk (de)/kraj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) benaming voor vogels uit het geslacht
  2. bepaald soort zwarte vogel,
    Kijk, er zit een kraai in de boom!
  3. dierengeluid (dierengeluid) een kraaiend geluid
  4. informeel (informeel) iemand van het vrouwelijk geslacht (vaak negatief)

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "craeye" / "craye" van Oudnederlands "kraia", als deel van een naam aangetroffen vanaf 1003, in de betekenis van ‘zangvogel’ aangetroffen vanaf 1240

Uitdrukkingen

  • Een vliegende kraai vangt altijd watWie wat rondkijkt en moeite doet, heeft meer resultaat
  • Kind noch kraai hebbenHelemaal niets hebben, erg arm zijn

Vertalingen

Engelscrow
Franscorneille
DuitsKrähe
Spaanscorneja, chova
Italiaanscornacchia
Portugeescorvo
Russischворона
Chinees烏鴉, 乌鸦
Japans
Koreaans까마귀
Arabischزاغ
Turkskarga
Poolswrona
Zweedskråka
Deenskrage