kraag
mannelijk (de)/krax/
Wat is de betekenis van kraag?
kraag betekent: (kleding) een kledingstuk rond de hals
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een kledingstuk rond de hals
- (kleding) een omgeslagen rand van een kledingstuk bij de halsopening
- de naam van voorwerpen die op een kraag lijken, zoals een opstaande rand
- een witte rand schuim op een glas bier
- Wanneer het water aan de randen van een meer of vijver zijn bevroren.
Voorbeelden van "kraag" in een zin
- Iedereen kent het schilderij van Spinoza, met zwarte mantel en witte kraag, donkere ogen en afgeronde wenkbrauwen.
- De kraag van dit overhemd is versleten.
- 'Wij trekken ze aan hun kraag uit de goot, want vuile handen maken dat doen jullie liever niet ' Haar woorden schieten langs me heen als hagel.
- De nek die uit zijn kraag verrijst, de handen en polsen die uit zijn mouwen steken - overal ziet Nella alleen maar donkerbruine huid.
- Vlak na het inschenken bestaat de kraag voor 70% uit gas en 30% uit bier.
Etymologie
* In de betekenis van ‘rand langs halsopening van kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Uitdrukkingen
- De kraag kosten — Ergens bij om het leven komen
- Een stuk in zijn kraag hebben — dronken zijn
- In de kraag vatten.
- Zorgen dat iemand niet kan ontsnappen.
- De bewoners hebben de inbreker in de kraag gevat en wachten nu op de politie.
- Iemand arresteren.
- De politie heeft donderdag een notoire benzinedief in de kraag gevat.
Vertalingen
Engelscollar
DuitsKragen, Kragen, Kragen
Spaanscollar, cuello
Poolskołnierz
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek