kraag

mannelijk (de)/krax/

Wat is de betekenis van kraag?

kraag betekent: (kleding) een kledingstuk rond de hals

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een kledingstuk rond de hals
  2. kleding (kleding) een omgeslagen rand van een kledingstuk bij de halsopening
  3. de naam van voorwerpen die op een kraag lijken, zoals een opstaande rand
  4. een witte rand schuim op een glas bier
  5. Wanneer het water aan de randen van een meer of vijver zijn bevroren.

Voorbeelden van "kraag" in een zin

  • Iedereen kent het schilderij van Spinoza, met zwarte mantel en witte kraag, donkere ogen en afgeronde wenkbrauwen.
  • De kraag van dit overhemd is versleten.
  • 'Wij trekken ze aan hun kraag uit de goot, want vuile handen maken dat doen jullie liever niet ' Haar woorden schieten langs me heen als hagel.
  • De nek die uit zijn kraag verrijst, de handen en polsen die uit zijn mouwen steken - overal ziet Nella alleen maar donkerbruine huid.
  • Vlak na het inschenken bestaat de kraag voor 70% uit gas en 30% uit bier.

Etymologie

* In de betekenis van ‘rand langs halsopening van kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1350

Uitdrukkingen

  • De kraag kostenErgens bij om het leven komen
  • Een stuk in zijn kraag hebbendronken zijn
  • In de kraag vatten.
  • Zorgen dat iemand niet kan ontsnappen.
  • De bewoners hebben de inbreker in de kraag gevat en wachten nu op de politie.
  • Iemand arresteren.
  • De politie heeft donderdag een notoire benzinedief in de kraag gevat.

Vertalingen

Engelscollar
DuitsKragen, Kragen, Kragen
Spaanscollar, cuello
Poolskołnierz