manchet
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɑnˈʃɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dubbele of stevige stof rond de opening van de mouw of hals
- hulpstuk om een granaat op zijn plaats te houden in een kanonloop
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘handboord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1731
Vertalingen
Engelscuff, sabot
Spaanspuño, manguito
Poolsmankiet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek