krach

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) ineenstorting van een handelshuis of bank, die een crisis veroorzaakt
    De krach op oliemarkt volgt op Saoedische wraak op Rusland.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ineenstorting van beurs’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Vertalingen

Spaansbancarrota, quiebra, quiebra financiera