kram
mannelijk/vrouwelijk (de)/krɑm/
Wat is de betekenis van kram?
kram betekent: U-vormig gebogen bevestigingsmiddel met spitse punten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- U-vormig gebogen bevestigingsmiddel met spitse punten
- (Nederland) wondhaakje, hechting
Voorbeelden van "kram" in een zin
- Krammen worden onder andere gebruikt voor het vastmaken van prikkeldraad of ijzerdraad aan palen en het vastzetten van kippengaas.
- De wond werd met krammetjes dichtgehecht.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands cramme ‘kram, haak’, afgeleid uit een onovergeleverd ww. ontwikkeld uit Oergermaans *krammōn- (waaruit Middelhoogduits krammen ‘met de klauwen grijpen’), een ablautend iteratief bij *krimman- (vanwaar Middelnederlands crimmen ‘met de klauwen grijpen, pakken’), bij Indo-Europees *gremH- ‘samenvatten’, waartoe ook Latijn gremium ‘armvol, schoot’, Litouws grumiúos ‘worstelen met’, grumùlas ‘klomp’ en Middelperzisch grāmag ‘rijkdom; boedel’ behoren.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek