kramer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die op de markt of langs de deur goederen verkoopt (venter)
    Daar stond er een kramer en jood op de marktMet 'n aangezicht, net als 'nen neger zoo zwartDe wensch van den kramer[http://www.liederenbank.nl/bronpresentatie.php?zoek=1004068&lan=nl Liedtekst] uit "De plezante soldaat" (ca. 1900)

Etymologie

*afgeleid van kramen