krankheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ziekteDe Heere, zo leert de Heidelbergse Catechismus mij, bedeelt ons met vruchtbare jaren, drank en spijze - maar ook met droogte, armoede en krankheid. Er valt geen haar van mijn hoofd, heet het in Psalm 72, buiten Zijn Goddelijke Wil om. NRC Frénk van der Linden 6 mei 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/05/06/sgp-fractievoorzitter-van-der-vlies-ik-ben-een-schuldig-7266513-a712582 SGP-fractievoorzitter Van der Vlies; Ik ben een schuldig mens. Mij komt niets dan narigheid toe]Heb je tot slot de brute pech dat je in een fanatiek gelovige gemeenschap in de Bijbelgordel wordt grootgebracht, dan loop je het gevaar dat je ouders jou liever laten lijden dan je te genezen, omdat gezondheid nu eenmaal iets is wat door God is gezonden, want, zo staat in de Bijbel: “De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen.” HP de Tijd ANN DE CRAEMER 30 OKT 2013 [https://www.hpdetijd.nl/2013-10-30/godsdienst-veel-gevaarlijker-ziekte-dan-mazelen/ Godsdienst: een veel gevaarlijker ziekte dan de mazelen]
- geestelijke zwakte
Etymologie
* afleiding van krank
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek