krant

mannelijk/vrouwelijk (de)/krɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. media (media) klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
    Ik fantaseerde vaak dat ik ontslag nam bij Dolcis en had zelfs een keer gereageerd op een advertentie van een grote krant die een koffiejuffrouw zocht.
    Die nacht was het volle maan, zó fel dat ik bijna een krant zou kunnen lezen.

Etymologie

*Van courant, wat eigenlijk het tegenwoordig deelwoord is van courir. In de betekenis van ‘dag/-nieuwsblad’ voor het eerst aangetroffen in 1610

Vertalingen

Engelsnewspaper
Fransjournal
DuitsTageszeitung, Zeitung
Spaansdiario, periódico
Italiaansgiornale
Portugeesdiário, jornal
Japans新聞
Koreaans신문
Turksgazete
Poolsgazeta
Zweedsdagstidning
Deensavis