krates
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon met een bochel; mismaakt persoonToen grijnsde hij zoetjes naar de krates op de stoep met de pet op zijn glimmende oogen en was alweêr voorbij.
Etymologie
*uit het Grieks
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek