krauw
vrouwelijk (de)ˈkrɑu
Wat is de betekenis van krauw?
krauw betekent: krab, schram
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- krab, schram
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krauwen
- gebiedende wijs van krauwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krauwen
Voorbeelden van "krauw" in een zin
- Ik krauw.
- Krauw!
- Krauw je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek