krauw

vrouwelijk (de)ˈkrɑu

Wat is de betekenis van krauw?

krauw betekent: krab, schram

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. krab, schram
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krauwen
  2. gebiedende wijs van krauwen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krauwen

Voorbeelden van "krauw" in een zin

  • Ik krauw.
  • Krauw!
  • Krauw je?