krent
mannelijk/vrouwelijk (de)/krɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gedroogde, pitloze druif van een druivenras dat zeer kleine vruchten geeft, de Vitis vinifera 'KorinthiakaEr moesten eigenlijk krenten door de cake, maar ik heb er rozijnen in gedaan.
- een persoon die zo min mogelijk geld uit wil gevenDie krent wilde niet eens fooi geven.
- (informeel), (anatomie) bipsOp je krent blijven zitten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘gedroogde druif’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1514
Vertalingen
Engelscurrant, skinflint, scrooge
Fransraisin de Corinthe, pingre, grippe-sou
DuitsKorinthe, Geizkragen, Knauser
Spaanspasa de Corinto, roñoso, roñosa
Italiaansuva passa, spilorcio, spilorcia
Zweedskorint, snåljåp, gnidare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek