krent

mannelijk/vrouwelijk (de)/krɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) gedroogde, pitloze druif van een druivenras dat zeer kleine vruchten geeft, de Vitis vinifera 'Korinthiaka
    Er moesten eigenlijk krenten door de cake, maar ik heb er rozijnen in gedaan.
  2. een persoon die zo min mogelijk geld uit wil geven
    Die krent wilde niet eens fooi geven.
  3. informeel, anatomie (informeel), (anatomie) bips
    Op je krent blijven zitten.

Etymologie

* In de betekenis van ‘gedroogde druif’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1514

Vertalingen

Engelscurrant, skinflint, scrooge
Fransraisin de Corinthe, pingre, grippe-sou
DuitsKorinthe, Geizkragen, Knauser
Spaanspasa de Corinto, roñoso, roñosa
Italiaansuva passa, spilorcio, spilorcia
Zweedskorint, snåljåp, gnidare