kreupel
Wat is de betekenis van kreupel?
kreupel betekent: dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen
- gebrekkig, slecht
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kreupelen
- gebiedende wijs van kreupelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kreupelen
Voorbeelden van "kreupel" in een zin
- Hij werd met die slag met het zwaard van zijn tegenstander niet gedood maar wel kreupel geslagen.
- Ik kreupel.
- Kreupel!
- Kreupel je?
Etymologie
In de betekenis van βmankβ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1284
Vertalingen
Engelslame
papkoho
Spaanscojo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek