krill
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kreeftachtigen) het geheel van kleine ongewervelde, garnaalachtige zeedieren die behoren tot de orde
Etymologie
* Leenwoord uit het Noors, in de betekenis van ‘plankton’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Vertalingen
SpaansEufausiáceos, Euphausiacea, Krill
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek