krimp
mannelijk (de)/krɪmp/
Wat is de betekenis van krimp?
krimp betekent: vermindering van omvang
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vermindering van omvang
- blijk dat men onder de indruk is (meestal ontkennend gebruikt om aan te geven dat iemand iets lijkt te negeren)
- (bouwkunde) taps toelopende ruimte tussen twee wanden
- ruimte waarin het scheprad van een watermolen is bevestigd
- (Gronings) inspringend muurwerk
- (Gronings) hoek waar twee schuine daken bij elkaar komen
Voorbeelden van "krimp" in een zin
- En in de afgelopen jaren hebben de Zweden al veel moeten slikken: de economie zat in een stevige krimp, het sociale vangnet functioneerde minder dan men had gedacht en de werkloosheid liep sterk op.
- De jongen die haar had geslagen, riep tegen de vrouw dat hij geld wilde hebben, maar de vrouw gaf geen krimp doch sloeg de jongen onmiddellijk met een klomp op zijn hoofd.
Etymologie
*: "krimpen" zonder de uitgang -en
Uitdrukkingen
- [1] op de krimp
- [2] geen krimp geven
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek