groei
vrouwelijk (de)/ɣruj/
Wat is de betekenis van groei?
groei betekent: het groter worden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het groter worden
- toename in aantal
Voorbeelden van "groei" in een zin
- Zijn groei schokte de wereld.
- In 1972 verscheen het rapport "Grenzen aan de groei" van de Club van Rome, vijftig jaar later streven politici nog altijd naar een zo hoog mogelijke jaarlijkse economische groei
- Ze beargumenteren op basis van hun onderzoeken onder meer dat je voor economische groei in een land vaak politieke stabiliteit nodig hebt.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van groeien zonder -en.
Vertalingen
Engelsgrowth
Franscroissance
DuitsWuchs, Zunahme
Spaansaumento, crecimiento, incremento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek