Groede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣrudə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aangeslibd land
- groen buiten land
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands """ van Oudnederlands "gruotha", op te vatten als afgeleid van "groeien"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek