groef

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lange en smalle uitholling, insnijding, diepe rand
    In het tafelblad zit een lelijke diepe groef.
    De man had allemaal groeven in zijn gezicht.

Etymologie

* In de betekenis van ‘greppel, inkerving’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Uitdrukkingen

  • messing en groef, groef en messing [https://nl.wikipedia.org/wiki/Messing-en-groefverbinding Messing-en-groefverbinding]
  • veer en groef, groef en veer
  • de groeven van een grammofoonplaat
  • de groeven in zijn voorhoofd

Vertalingen

DuitsEinschnitt, Falz, Falte