Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

krimpflatie

vrouwelijk (de)/krɪmpˈfla(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) geldontwaarding die producenten camoufleren door minder product te leveren voor een gelijkblijvende prijs
  2. economie (economie) vermindering van het nationaal product door overheidsbezuinigingen in een periode met geldontwaarding
    Nu zijn ook de reële overheidsbestedingen aan het krimpen. Sommige fabrieken staan dus half leeg en krijgen veel te weinig geld binnen om te blijven draaien. Ook de overheid vangt te weinig en ziet een tekort ontstaan. Het kwaad van de onderbesteding grijpt om zich heen doordat iedereen, die minder ontvangt, ook minder uitgeeft. De krimp is besmettelijk. Naast deze hoofdzaak is er dan nog een complicatie in de vorm van stijgende kosten. De lonen worden steeds hoger, en dat legt in combinatie met een dalende afzet een extra zware last op de bedrijven. Maar het zijn niet alleen de lonen, ook de belastingen en de sociale premies werken de kosteninflatie in de hand. Het gebeuren kan het beste worden omschreven als krimpflatie.

Etymologie

**[2] in de betekenis "geldontwaardiging bij teruglopende productie" aangetroffen vanaf 1982 (zie vindplaats hieronder)