Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

krochen

/ˈkrΙ”xΙ™(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. kreunen, kermen, steunen; als gevolg van pijn, inspanning of ongemak
    Gij krocht als een koe die moet kalven.
  2. hevig kuchen, erg hoesten
    Cecilia: gij hoort hoe Jan-Oom alle dagen meer en meer begint te krochen; zijne borst is weg.

Etymologie

*van Middelnederlands "crochen", cognaat met "krochen", "krΓΆchen"; klanknabootsend werkwoord dat vooral nog in Noord-Brabant en Oost-Vlaanderen gebruikt wordt [https://web.archive.org/web/20150620155918/http://vlaamswoordenboek.be/definities/toon/2610 krochen (14 april 2016) op website Het Vlaams woordenboek: VlaamsWoordenboek.be]; geraadpleegd 2017-03-20