kroonluchter

mannelijk (de)/ˈkronlʏxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ronde hanglamp met veel kaarsen of lampen aan verschillende armen
    Restaurant Imko’s Puur Zee is ingericht in de stijl van de chique villa: een beetje stijf maar wel stijlvol - donkere stenen vloer, porseleinen vazen, groot geschikt bloemstuk, kroonluchters. Op de achtergrond draait een winkelcentrum-muzakje, net te zacht om te horen wat het precies is. De bediening is vriendelijk, en zeer correct. Een chic restaurant in de klassieke zin. NRC Joël Broekaert 20 januari 2017