kruidenierszaak

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel, bedrijf, voeding (handel), (bedrijf) (voeding) een winkel voor kruidenierswaren
    De deur van de kruidenierszaak stond open en van verre zag ze al dat het er vol stond.
    We vervolgen onze route richting een kruidenierszaak in de Bijlmer waar we een afspraak hebben met algemeen directeur Cees van Vliet. Het beleid van deze keten die op de kleintjes let is om zo min mogelijk afval te produceren.

Vertalingen

Engelsgrocery shop, grocery store
Fransépicerie
DuitsLebensmittelgeschäft