kruik
mannelijk/vrouwelijk (de)/krœyk/
Wat is de betekenis van kruik?
kruik betekent: een fles of zak die gevuld is met warm water en die dient om het bed te verwarmen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een fles of zak die gevuld is met warm water en die dient om het bed te verwarmen
- een vat om een vloeistof in te bewaren en om die eruit te schenken
Voorbeelden van "kruik" in een zin
- Leg even die kruik in mijn bed.
- We namen een kruik mee op onze expeditie.
- Eindelijk nam ze een klein aarden kruikje, goot de drank erin, deed er een kurk op en zei: 'Ieder uur tien druppels, drie dagen lang en je paard is weer gezond.'
Etymologie
* In de betekenis van ‘vat’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsjug, pitcher
DuitsKrug
Spaanscántaro, jarra
Deenskrukke, dunk, varmedunk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek