kruik

mannelijk/vrouwelijk (de)/krœyk/

Wat is de betekenis van kruik?

kruik betekent: een fles of zak die gevuld is met warm water en die dient om het bed te verwarmen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een fles of zak die gevuld is met warm water en die dient om het bed te verwarmen
  2. een vat om een vloeistof in te bewaren en om die eruit te schenken

Voorbeelden van "kruik" in een zin

  • Leg even die kruik in mijn bed.
  • We namen een kruik mee op onze expeditie.
  • Eindelijk nam ze een klein aarden kruikje, goot de drank erin, deed er een kurk op en zei: 'Ieder uur tien druppels, drie dagen lang en je paard is weer gezond.'

Etymologie

* In de betekenis van ‘vat’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsjug, pitcher
DuitsKrug
Spaanscántaro, jarra
Deenskrukke, dunk, varmedunk