kruin
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van kruin?
kruin betekent: het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is
- het bovenste deel van een boom waar de bladeren zitten
Voorbeelden van "kruin" in een zin
- In sommige kloosterordes hebben de monniken een kruinschering of tonsuur, waarbij het haar van de kruin wordt weggeschoren.
- Je zag vanuit de ramen de kruinen van twee grote platanen. {{Aut|Sandes, David
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bovenste deel van hoofd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek