kruin

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van kruin?

kruin betekent: het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is
  2. het bovenste deel van een boom waar de bladeren zitten

Voorbeelden van "kruin" in een zin

  • In sommige kloosterordes hebben de monniken een kruinschering of tonsuur, waarbij het haar van de kruin wordt weggeschoren.
  • Je zag vanuit de ramen de kruinen van twee grote platanen. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bovenste deel van hoofd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350