kruipwilg

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer kleine wilg waarvan de takken laag over de grond uitstrekken
    Wanneer de heide niet wordt ‘onderhouden’ groeit het vanzelf weer dicht met zaailingen van onder andere berk, grove den en kruipwilg. De Strengen dreigde ook dicht te groeien, maar daar is afgelopen zaterdag een stokje voor gestoken. Staatsbosbeheer is blij met het behaalde resultaat. Tubantia 21-11-16 [https://www.tubantia.nl/dinkelland/ootmarsumse-lopers-en-vogelaars-helpen-bij-onderhoud-de-strengen~a4bba822/ Ootmarsumse lopers en vogelaars helpen bij onderhoud De Strengen]
    Behalve bos en struwelen met duindoorn, kruipwilg en meidoorn tref je in de duinen ook poelen aan waar veel soorten libellen, het duizendguldenkruid („dat noemen we tegenwoordig 450-eurokruid”) en het doorschijnend fonteinkruid voorkomen. Reformatorisch Dagblad Willem H. Smith 24-02-2003 [https://www.rd.nl/archief/2.727/2.731/de-wind-als-landschapsarchitect-1.171727 De wind als landschapsarchitect]

Vertalingen

Engelscreeping willow