kruispunt

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen, kruising, wegkruising
    Als u bij een kruispunt komt, slaat u links af en volgt u de borden.
    'Op drukke dagen hadden we hier enorme files. Er stond zelfs een gendarme op een rond podiumpje het verkeer te regelen', zegt ze, wijzend op een totaal verlaten kruispunt. Velen hebben zowaar heimwee naar die legendarische files van volgepakte auto's die zich door smalle dorpsstraten wurmden.
  2. figuurlijk (figuurlijk) een ogenblik waarop een belangrijke beslissing moet genomen worden, cruciaal moment
    Een kruispunt in het leven.

Vertalingen

Engelsintersection, crossroads
Franscarrefour
DuitsKreuzung, Straßenkreuz
Spaanscruce
Portugeescruzamento
Japans交差
Poolsskrzyżowanie
Zweedskorsning
Deenskryds