kruisvereniging

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. organisatie voor preventieve en extramurale gezondheidszorg
    u raakte ze pas echt in paniek, en bijgevolg hij ook. Ze had haar mond voorbij gepraat, en vervolgens iets verzwegen, die kraamtrut. Ze staken elkaar met hun paniek aan. Ernst belde de kruisvereniging.
    Wijkverpleegkundigen werken beter en goedkoper dan de reguliere thuiszorg. Dat blijkt uit een onderzoek van bureau BMC naar de kosten en baten van tien wijkzusters die in West-Brabant als experiment zijn ingezet door de Regionale Kruisvereniging West-Brabant.

Vertalingen

Engelshome-nursing association