krultabak
mannelijk (de)/ˈkrʏltaˌbɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in heel dunne reepjes gesneden gedroogde bladeren van de tabaksplant, , bestemd als rookwaarGrootvader zat genoeg'lijkEn dood op zijn gemak,En stopte stil zijn pijpjeMet grove krultabak.
Etymologie
*, omdat de reepjes gaan krullen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek