krultabak

mannelijk (de)/ˈkrʏltaˌbɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in heel dunne reepjes gesneden gedroogde bladeren van de tabaksplant, , bestemd als rookwaar
    Grootvader zat genoeg'lijkEn dood op zijn gemak,En stopte stil zijn pijpjeMet grove krultabak.

Etymologie

*, omdat de reepjes gaan krullen