krul

mannelijk/vrouwelijk (de)/krʏl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spiraalsgewijs gekromde vorm
    Hij had in de hoeken wat krullen getekend ter versiering.
  2. lok haar die de vorm van [1] aanneemt
    Op het Boekenbal kwam een meisje naar me toe. Op zichzelf is dat een fijne beginzin – misschien moet ik daar maar meteen ophouden. Het suggereert genoeg. Ik kende haar een beetje, krulletjes, van die grote intense ogen waarvan je zou denken dat ze in het donker kunnen zien. We kletsten wat, ik stond daar in mijn galapak, mijn gepoetste schoenen, mijn das, vodka-tonic, helemaal Don Draper-modus, 100 procent confidence, totdat ze ineens de meest dodelijke zin zei die iemand op feestjes kan zeggen: „Ik zit eraan te denken om ook een roman te schrijven.” NRC Joost de Vries 20 maart 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/03/20/ik-ga-een-brug-bouwen-12275452-a304281 Ik ga een brug bouwen]
  3. in heel dunne reepjes gesneden gedroogde bladeren van de tabaksplant, Nicotiana tabacum op Wikispecies, bestemd als rookwaar

Etymologie

*[3] (verkorting) van "krultabak"

Vertalingen

Engelsflourish, curl
DuitsSchnörkel, Locke
Spaansbucle