kuis

vrouwelijk (de)/kœys/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jonge koe (jonger dan negen maanden)
  2. seksualiteit (seksualiteit) seksueel ingetogen
    Ze wekte de indruk van een soort kuise elegantie, of ze die tactiek nu zelf had gekozen of dat ze wijze raad van haar verdediger had gekregen.
  3. (Vlaams) rein, schoon, zindelijk, zuiver

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rein, ingetogen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Vertalingen

Engelschaste
Duitskeusch
Spaanscasto, continente