kuisheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. reinheid, zindelijkheid, helderheid
  2. figuurlijk, seksualiteit (figuurlijk) (seksualiteit) iemand die in seksueel opzicht kuis leeft, die geen zinnelijkheid en verzoeking kent, afkeer heeft van ongeoorloofde wellust; in ernstige gevallen ook maagdelijkheid
    Nieuwe kuisheid doet haar intrede in Amsterdam [http://www.parool.nl/amsterdam/nieuwe-kuisheid-doet-haar-intrede-in-amsterdam~a4264251 www.parool.nl]

Etymologie

*afgeleid van kuis (stam van het werkwoord kuisen)

Vertalingen

Engelscleanliness, purity, chaste behaviour
Spaanslimpieza, castidad, pudor