kundigheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kennis en vaardigheid nodig om een bepaalde taak te verrichten
    Met grote kundigheid wist de chirurg de operatie tot een goed einde te brengen.
    Het repareren van een horloge vereist een grote kundigheid van de horlogemaker.

Etymologie

*afgeleid van kundig

Vertalingen

Engelsability
Spaanscapacidad, habilidad