kunstbeweging
vrouwelijk (de)/ˈkʏns(t)bəˌweɣiŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel van kunstenaars die bewust vanuit eenzelfde opvatting actief zijnKort vóór het congres was het in een tabakswinkel in Montparnasse tot een handgemeen gekomen tussen André Breton, de leider van de surrealisten, en Ilja Ehrenburg, die deze kunstbeweging had uitgemaakt voor een stelletje onanisten en pederasten.Wellicht de laatste kunstbeweging waarbinnen men oprecht meende de vooruitgang te dienen en waarlijk vernieuwend te zijn, was het naoorlogse, anti-burgerlijke expressionisme.
- (verouderd) ontwikkeling in de kunstuitingen van een bepaalde periodeDit is gewettigd doordat Amerika inderdaad sedert 1965 beslist de leiding genomen heeft van de internationale kunstbeweging.Weet men iets van de kunstbeweging, van de wedergeboorte der beeldende kunst, van eene Renaissance, in den waren zin, welke bij den val van het Keizerrijk in de politieke waereld, het Heidensch despotisme in de kunst onttroonde, en het naderend rijk van Christus in de regionen der schoonheid scheen te voorspellen?
- (verouderd) ingestudeerde of geforceerde verandering in lichaamshoudingEen weinig oefening zal iemant deze kunstbeweging ras doen meester worden, en hem zeer veel vermaak op het water verschaffen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek