kunstroof
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kunst), (misdaad) diefstal van kunstzinnige voorwerpenEr waren speciale organisaties van de nazi's die zich exclusief met kunstroof bezighielden. Nazi-topman Hermann Göring (1893-1946) bemoeide zich vaak persoonlijk met de plundering [http://www.parool.nl/amsterdam/dr-oetker-staat-duitse-roofkunst-af-aan-joodse-eigenaars~a4446448/ www.nu.nl]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek