kunststof

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkʏn(st)stɔf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een materiaal dat langs chemische weg vervaardigd is, veelal een polymeer
    Urethanen en polycarbonaten zijn bekende kunststoffen.
    "Het gaat vooral om de beleving van het op de camping zijn. Met je voeten in het gras, op een kunststof stoel zitten en een paar spelletjes spelen", aldus welzijnscoördinator Paulien van der Zee.

Etymologie

* In de betekenis van ‘chemisch gemaakte stof’ voor het eerst aangetroffen in 1937

Vertalingen

Engelssynthetic material
Fransmatière synthétique
DuitsKunststoff
Spaansmaterial sintético, materia plástica