kurkuma
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) meerjarige, wortelstokachtige, kruidachtige plant afkomstig uit het Indiase subcontinent uit de gemberfamilie
- (specerij) wortelstok, eventueel vermalen als poeder, van gebruikt als geeloranje specerij en kleurstof, vormt de basis van vele curry-kruidenmengsels
- (medisch) specerij uit wordt gezien als geneesmiddel (onbewezen)
Vertalingen
Engelsturmeric
Franscurcuma
DuitsKurkuma, Curcuma
Spaansturmeric, azafrán árabe, azafrán indio
Italiaanscurcuma, turmerico
Portugeescurcuma
Russischкуркума
Chinees薑黃
Japansウコン
Koreaans울금
Arabischكركم
Turkszerdeçal
Poolskurkuma
Zweedsgurkmeja
Deensgurkemeje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek