Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

kut-marokkaan

mannelijk (de)/ˈkʏtmarɔˌkan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vervelende overlast veroorzakende (Amsterdamse) jongen van Marokkaans origine
    Mijn vader is Marokkaan. Mijn moeder Duits-Nederlands. Vroeger noemden de Marokkanen me een mof omdat ik geen Arabisch kon, en de Hollanders me een kut-Marokkaan, ha! Tubantia Eefje Oomen 10 oktober 2015 [https://www.tubantia.nl/show/timor-steffens-madonna-heb-ik-niet-nodig-om-te-shinen~a2f3ef6f/ Timor Steffens: Madonna heb ik niet nodig om te shinen]
    De ruzie ontstond vanwege een sigaret. Akrouh vertelt in de Gooi- en Eeemlander dat de 'échte kut-Marokkanen om een sigaret vroegen en dat een vriend van zijn broer die uit angst gaf. De daders pakten vervolgens het hele pakje af. De Telegraaf Tanja Kamphuis 8 november 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1203539/broer-raadslid-neergestoken Broer raadslid neergestoken]
    De PvdA en politieke beweging Denk zijn tijdens het Nationale Islamdebat in de Essalam-moskee in Rotterdam tot een harde botsing gekomen. „U polariseert, schandelijk!”, klinkt het vanuit de PvdA. „Wie polariseert er nou? Uw partij had het over kut-Marokkanen”, is de repliek. De Telegraaf Inge Lengton 10 maart 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1329020/harde-confrontatie-pvd-a-en-denk-bij-islamdebat Harde confrontatie PvdA en Denk bij Islamdebat]

Etymologie

*(intensiverende) , geschreven met koppelteken volgens en hoofdletter volgens