kwaliteit

vrouwelijk (de)/ˌkwaliˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. peil van uitmuntendheid
    WikiWoordenboek is nog niet van zeer hoge kwaliteit, maar er wordt gestaag aan gewerkt.
    "Het is dit jaar voor eerst dat we het effect zo duidelijk zien", zegt voorzitter Rachel Heijne van Kringloop Nederland. "We zien ook dat de kwaliteit van spullen gewoon echt slecht is. Het is kleding die na een paar keer wassen kapot gaat. Die kun je niet in de kringloop verkopen.
  2. onderscheidende eigenschap of geschiktheid (voor een bepaald doel)
    Gebruikers van deze app lieten opmerkingen achter om kwaliteit en kwantiteit van het water aan te geven, voorzien van een datum, waaruit op te maken was of een bron wel of niet was opgedroogd.
  3. hoedanigheid, functie
    In zijn kwaliteit als voorzitter maakte hij een einde aan de uit de hand gelopen vergadering.
  4. schaak (schaak) benaming voor het verschil in waarde tussen een toren en een loper of paard

Etymologie

*afgeleid van het Franse qualité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/qualité Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsquality, property, quality
Fransqualité
Spaanscualidad, calidad