kwark

mannelijk (de)/kʋɑrk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zacht, wit, eiwitrijk kaasachtig zuivelproduct ontstaan door stremmen van melk

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wrongel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1941