kwart

mannelijk/vrouwelijk (de)/kwɑrt/

Betekenis

telwoord
  1. een vierde deel (¼)
zelfstandig naamwoord
  1. een vierde deel
    Wat een tocht! Na zeven weken lopen had ik nog niet eens een kwart van de hele trail afgelegd, maar ik was dolblij dat ik de hete woestijn eindelijk achter me kon laten.
  2. muziek (muziek) verkorting van het symbool "kwartnoot" (eenvierde van de tijd van een hele toon)
  3. muziek (muziek) de vierde trap van een diatonische toonladder
  4. muziek (muziek) een interval met een toonafstand zoals die van de eerste naar de vierde toon van een diatonische toonladder
    Veel blaasinstrumenten hebben voor een interval van een kwart een apart ventiel.

Etymologie

*van Latijn "quartus" "vierde"

Vertalingen

Engelsquarter, fourth
Fransquart, quarte
DuitsViertel, Quarte
Spaanscuarto