kwartier

onzijdig (het)/kwɑrˈtir/

Wat is de betekenis van kwartier?

kwartier betekent: (tijdrekening), (eenheid) kwart van een uur

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening, eenheid (tijdrekening), (eenheid) kwart van een uur
  2. astronomie (astronomie) elk van de twee fasen of schijngestalten van de maan (of een planeet) waarbij het verlichte en het donkere gedeelte even groot zijn, dus bij "halve maan"
  3. militair (militair) tijdelijk onderkomen voor militairen
  4. eenheid, verouderd (eenheid), (verouderd) eenvierde, kwart, kwartdeel, vierendeel
  5. scheepvaart (scheepvaart) wacht [3]
  6. visserij (visserij) kwartdeel van een haringvleet
  7. dierkunde (dierkunde) voorste of achterste deel van een slachtdier
  8. familie (familie) voorouder vanaf de tweede generatie
  9. aardrijkskunde, historisch (aardrijkskunde), (historisch) bestuurlijk onderdeel van een land of gewest

Voorbeelden van "kwartier" in een zin

  • Een kwartier bestaat uit 15 minuten.
  • 'Lobbes, jij meldt je binnen een kwartier bij Lot en dan gaan jullie eens heel, heel goed praten!' Het was Joy die Jos de naam Lobbes had gegeven.
  • Na een kwartier stopte er een oude gedeukte Toyota met een mollige vrouw voorin, die vroeg waar ik naartoe moest.
  • Bij wassende maan noemt men de "halve-maan-fase" het eerste kwartier, bij afnemende maan is dat het laatste kwartier
  • De soldaten moesten hun kwartier ijlings verlaten.

Etymologie

**[3] in de betekenis van ‘verblijfplaats’ aangetroffen vanaf 1546

Vertalingen

Engelsquarter-hour, quarter, billet
Fransquart d'heure, quartier, cantonnement
DuitsViertelstunde, Viertel, Quartier
Spaanscuarto, cuarto de hora, cuarto
Poolskwadrans