kwast

mannelijk (de)/kwɑst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textiel (textiel) een borstelachtige versiering
    De rand van het gordijn was afgezet met kwastjes.
  2. schilderkunst, huishouden (schilderkunst), (huishouden) steel met borstel, gebruikt voor uiteenlopende doeleinden
    De schilder maakte zijn kwasten schoon voordat hij ze opborg.
  3. informeel, persoon, pejoratief (informeel), (persoon), (pejoratief) een vreemd of vervelend iemand
    Wat een rare kwast is hij toch!
    De Fransen, die onverdraaglijk hooghartige kwasten, hadden gekregen wat ze verdienden.
  4. bosbouw, houtbewerking (bosbouw) (houtbewerking) onregelmatigheid in de nerf van een stuk hout ontstaan door het insluiten van een zijtak in het hout van de stam
    Deze kwast maakt dit dure stuk buxus onbruikbaar voor het vervaardigen van een muziekinstrument.
  5. drinken (drinken) zelfgemaakte limonade van uitgeperste citroen, water en suiker naar smaak
    Op deze bloedhete dag was het heerlijk eens kwast te drinken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘knoest’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567

Vertalingen

Engelstassel, weirdo, oddball
Spaanspincel