kwestie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. probleem
    "Je vergeet vaak wat je wél hebt gekregen. Je vergeet dan om dankbaar te zijn", zo vat Van den Hout de kwestie samen om eraan toe te voegen, dat dat bij volwassenen ook vaak het geval is. Tubantia 08-11-07 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/basisscholen-westerhaar-vieren-dankdag~ac2c5c7a/ Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag]
  2. zaak, aangelegenheid
    Als ik geloof dat God mij kan redden, zou ik mezelf in een slachtofferrol manoeuvreren en dat is het laatste wat ik wil. Uiteindelijk is het geloof allemaal een kwestie van interpretatie en semantiek.
    Het was alsof hij terug in de tijd reisde naar zijn studiejaren in Dresden. Maar ongetrouwde studentenbroekies kon je het vergeven, hij was er zelf een geweest. Met getrouwde, ontwikkelde mannen was het een heel andere kwestie.
  3. geschil, ruzie, onenigheid
    Het Nederlandse kabinet gaat het doden van Armeniërs in Turkije in de periode 1915-1923 niet kwalificeren als 'Armeense genocide'. Nederland blijft de kwalificatie 'de kwestie van de Armeense genocide' hanteren. [http://www.nu.nl/politiek/4272621/nederland-blijft-spreken-kwestie-armeense-genocide.html www.nu.nl]

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vraag, zaak’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Uitdrukkingen

  • de persoon in kwestie

Vertalingen

Engelsmatter, dispute, quarrel
Fransaffaire, question
DuitsAngelegenheit, Frage, Sache
Spaanscuestión, problema