kwets
mannelijk/vrouwelijk (de)/kwɛts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een ondersoort van de pruim met kleine, langwerpige, blauwe, weinig sappige vruchten
- (fruit) vrucht van deze plant, een paarse kleine langwerpige pruim, met wat steviger vruchtvlees dan de gewone pruim (erg geschikt voor jam)
Etymologie
*van "Quetsche", in de betekenis van ‘pruim’ voor het eerst aangetroffen in 1758
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek