kwijt
/kʋɛi̯t/
Wat is de betekenis van kwijt?
kwijt betekent: ~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- ~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is
werkwoord
- enkelvoud tegenwoordige tijd van kwijten
- gebiedende wijs van kwijten
Voorbeelden van "kwijt" in een zin
- Hij is zijn horloge kwijt.
- 'Ze zijn een van hun jongens kwijt.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrij van, niet meer in het bezit van’ voor het eerst aangetroffen in 1237
Vertalingen
Engelslost
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek