kwijt

/kʋɛi̯t/

Wat is de betekenis van kwijt?

kwijt betekent: ~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met boekreferenties ~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is
werkwoord
  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van kwijten
  2. gebiedende wijs van kwijten

Voorbeelden van "kwijt" in een zin

  • Hij is zijn horloge kwijt.
  • 'Ze zijn een van hun jongens kwijt.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrij van, niet meer in het bezit van’ voor het eerst aangetroffen in 1237

Vertalingen

Engelslost