laars

mannelijk/vrouwelijk (de)/lars/

Wat is de betekenis van laars?

laars betekent: (schoeisel) een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt

Voorbeelden van "laars" in een zin

  • Zij heeft bijna altijd laarzen aan.
  • Ze ruimden vooral toiletpapier, sigarettenpeuken, blikjes, flessen en voedselverpakkingen op. Soms ook zelfs plastic driewielers, leren laarzen en een bierflesje met een dode muis erin.

Betekenis en uitleg van laars

Een laars is een soort schoeisel dat tot boven de enkel of zelfs hoger reikt. Ze zijn vaak gemaakt van leer of rubber en bieden bescherming en ondersteuning aan de voeten en enkels, wat ze ideaal maakt voor diverse activiteiten.

Laarsen worden vaak gedragen in de herfst en winter, vooral bij slecht weer of in modderige omstandigheden. Ze zijn populair bij zowel mannen als vrouwen en kunnen variëren van stoere berglaarzen tot modieuze kuitlaarzen. In de modewereld hebben laarzen ook een belangrijke rol, waarbij ze een outfit kunnen maken of breken.

Voorbeelden

  • Tijdens onze wandeling in het bos droeg ik mijn stevige laarzen om niet uit te glijden in de modder.
  • In de winter zijn mijn leren laarzen mijn favoriete schoeisel, omdat ze zowel warm als stijlvol zijn.
  • Ze besloot haar laarzen aan te trekken voor het feest, omdat ze wist dat het buiten koud zou zijn.

Woordoorsprong

Het woord 'laars' komt van het Oudhoogduitse 'lārza', wat verwijst naar een soort schoeisel. Het is verwant aan andere termen in Germaanse talen die ook naar schoeisel verwijzen.

Veelgestelde vragen over laars

Wat is de betekenis van laars?

laars betekent: (schoeisel) een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt

Welk woordgeslacht heeft laars?

laars is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van laars?

Synoniemen van laars zijn: bot.

Hoe gebruik je laars in een zin?

Voorbeeld: “Zij heeft bijna altijd laarzen aan.

Etymologie

*Van Middelnederlands "laerse", een samentrekking van "lederhose". In de betekenis van ‘schoeisel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsboot
Fransbotte
DuitsStiefel
Spaansbota
Italiaansstivale
Portugeesbota
Russischсапог
Turksçizme, bot
Poolskozaki
Zweedsstövel
Deensstøvle