laarzenmaker

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoenmaker die laarzen maakt en repareert
    Op de hoek van de Marosejka, tegenover een groot huis met gesloten luiken en het uithangbord van een laarzenmaker, stonden zo'n twintig laarzenmakers, magere uitgeputte mannen met mistroostige gezichten in lange jassen en versleten jakken.

Vertalingen

Engelsbootmaker