laatstgenoemde

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de laatste persoon in een eerder genoemde opsomming
    Voor de vergadering waren de heren Jansen, Bakker en Cornelissen uitgenodigd, maar de laatstgnoemde is, wederom zonder bericht van verhindering, niet op komen dagen.
    Op het evenement komen onder meer Antoon, Emma Heesters, Dave Roelvink en Jonna Fraser optreden. Ook is er een Bengelfestijn voor kinderen met tal van activiteiten. Laatstgenoemde is tot 12.30 uur nog gratis te bezoeken voor kinderen en maximaal twee begeleiders. Kaartjes voor het evenement zelf kosten 15 euro.
    Dat haar neef de terreuradvocaat in het bijzonder onder dit laatstgenoemde soort dwangvoorstellingen leed, was in elk geval onbegrijpelijk.